Uitspraak
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een voormalig dienstplichtig militair die in 1992 werd uitgezonden naar voormalig Joegoslavië, verzocht op 24 oktober 2019 om toekenning van een militair invaliditeitspensioen vanwege PTSS. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek werd het invaliditeitspercentage vastgesteld op 5,42% op de peildatum 25 oktober 2018, wat onder de vereiste 10% ligt voor toekenning.
De staatssecretaris van Defensie wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond, waarbij werd verwezen naar een advies van een bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank Den Haag bevestigde dit besluit en oordeelde dat de vastgestelde scores op de verschillende subrubrieken zorgvuldig en consistent waren onderbouwd, en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing had geleverd om twijfel te zaaien over de beoordeling.
In hoger beroep voerde appellant geen nieuwe argumenten aan en onderbouwde hij zijn standpunt niet met aanvullende medische gegevens. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van het invaliditeitspensioen. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het verzoek om een militair invaliditeitspensioen wordt afgewezen vanwege een invaliditeitspercentage van 5,42%, onder de vereiste 10%.