ECLI:NL:CRVB:2024:412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig ingediend beroepschrift
Appellante, als bewindvoerder over de goederen van een persoon, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 10 juli 2023. De Raad beoordeelde of het beroepschrift tijdig was ingediend. Volgens de Awb moet een beroepschrift binnen zes weken na toezending van de uitspraak worden ontvangen. De uitspraak werd op 14 juli 2023 toegezonden, maar het beroepschrift werd pas op 26 augustus 2023 digitaal ontvangen, wat te laat is.
De Raad vroeg appellante schriftelijk om een verklaring voor de overschrijding van de beroepstermijn, maar ontving geen reactie. Omdat de Raad de gemachtigde aanvankelijk niet correct had geïnformeerd, werd een tweede verzoek gestuurd, waarop eveneens geen reactie kwam. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim was.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is en wees verdere behandeling af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C.E.M. Marsé en griffier A. Giesen op 5 maart 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.