ECLI:NL:CRVB:2024:578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum IVA-uitkering per 1 maart 2018 na hoger beroep
Appellant ontving sinds 2010 een WGA-uitkering en werd in 2016 herbeoordeeld met een arbeidsongeschiktheid van 77,13%. Het Uwv beëindigde in 2019 de loonaanvullende uitkering en kende per 1 maart 2018 een WGA-vervolguitkering toe, later omgezet in een IVA-uitkering. Appellant maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van de IVA-uitkering en stelde dat hij al vanaf 2014 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat er geen medische gronden zijn om de ingangsdatum van 1 maart 2018 te wijzigen en dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. Ook is geen schending van de hoorplicht aannemelijk, en het Uwv heeft de beslistermijn rechtsgeldig verlengd, waardoor geen dwangsommen verschuldigd zijn.
De Raad benadrukt dat de eerdere vaststelling van arbeidsongeschiktheid per 26 januari 2016 op 77,13% in rechte vaststaat en dat tussen die datum en 1 maart 2018 geen melding of verzoek tot herbeoordeling is gedaan. Het maatmanloon is correct berekend op een urenaantal van 41,38 uur per week. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ingangsdatum van de IVA-uitkering per 1 maart 2018 en wijst het hoger beroep af.