ECLI:NL:CRVB:2024:704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en artikel 8:108 Awb Pro maakt deze regeling van toepassing op hoger beroep.
Appellante is bij brief van 19 juli 2023 en opnieuw bij aangetekende brief van 19 augustus 2023 gewezen op de verplichting om het griffierecht van €136,- binnen respectievelijk 28 dagen en vier weken te betalen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, met griffier M. Autar.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.