ECLI:NL:CRVB:2024:759

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 april 2024
Publicatiedatum
22 april 2024
Zaaknummer
21/3552 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en veroordeling in proceskosten

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV op 12 juli 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant op 20 oktober 2023 het hoger beroep ingetrokken.

De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) overwogen dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener in de proceskosten kan worden veroordeeld. Het UWV is daarom veroordeeld in de proceskosten van appellant, begroot op € 2.625,-, en tevens in de vergoeding van het betaalde griffierecht van € 182,-.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek van appellant toegekend. Hiermee is het geschil in hoger beroep definitief beëindigd met een kostenveroordeling ten laste van het UWV.

Uitkomst: Hoger beroep ingetrokken wegens tegemoetkoming UWV; UWV veroordeeld in proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

21 3552 ZW

Datum uitspraak: 18 april 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 20 augustus 2021, 20/813 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.F. Achekar, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het Uwv heeft op 12 juli 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 20 oktober 2023 heeft mr. Achekar namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken, omdat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 12 juli 2023 geheel tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten voor de aan appellant beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.750,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 875,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift) voor verleende rechtsbijstand. De kostenveroordeling bedraagt in totaal € 2.625,-. In bezwaar zijn geen kosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Ook dient het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:
  • veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.625,-;
  • veroordeelt het Uwv tot vergoeding van het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht tot een bedrag van € 182,-.
Deze uitspraak is gedaan door M. Schoneveld, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2024.
(getekend) M. Schoneveld
(getekend) S. Pouw