ECLI:NL:CRVB:2025:1150

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 juli 2025
Publicatiedatum
5 augustus 2025
Zaaknummer
23/983 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.T.H. Zimmerman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 lid 1 onder g PWArt. 33 Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente HeerenveenArt. 35 lid 1 PWArt. 47 Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Heerenveen
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten saneringskrediet wegens schuldkarakter

Appellant, die sinds 2017 bijstand ontvangt, heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor resterende kosten van een saneringskrediet dat het college in 2021 verstrekte om schulden over te nemen. Het college wees de aanvraag af op grond van artikel 13 lid 1 onder Pro g van de Participatiewet, omdat de kosten als schuld worden beschouwd en appellant over middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De Raad stelt vast dat het saneringskrediet de schulden van appellant heeft overgenomen en dat appellant daardoor een schuld aan het college heeft, waardoor bijzondere bijstand niet toekomt.

De Raad wijst het beroep af en overweegt dat appellant geen beroep kan doen op artikel 33 van Pro de beleidsregels bijzondere bijstand, omdat hij reeds is uitgesloten van bijstand op grond van artikel 13 lid 1 onder Pro g van de Participatiewet. De afwijzing van de aanvraag blijft daarmee in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van het saneringskrediet wordt bevestigd.

Uitspraak

23/983 PW
Datum uitspraak: 22 juli 2025
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 17 maart 2023, 22/2918 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen (college)

SAMENVATTING

Deze zaak gaat om een afgewezen aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een saneringskrediet. Met het college en de rechtbank is de Raad van oordeel dat de kosten een schuld betreffen, waarvoor in beginsel geen (bijzondere) bijstand wordt verleend. Appellant krijgt dus geen gelijk.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Appellant heeft nadere stukken ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 10 juni 2025. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V. Djordjevic.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant ontvangt sinds 2017 in de gemeente Heerenveen bijstand naar de norm voor een alleenstaande op grond van de Participatiewet (PW).
1.2.
In verband met schulden heeft het college in februari 2021 aan appellant een saneringskrediet verstrekt. Dit houdt in dat het college overeenkomstig de afspraken met de schuldeisers de schulden van appellant overneemt en dat appellant voor de periode van drie jaar elke maand een bedrag aflost door middel van een inhouding op zijn bijstand.
1.3.
Appellant heeft op 23 maart 2022 bijzondere bijstand aangevraagd voor de resterende kosten van het saneringskrediet tot een bedrag van € 1.875,52.
1.4.
Met een besluit van 13 juni 2022, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 8 september 2022 (bestreden besluit), heeft het college die aanvraag afgewezen. Aan het bestreden besluit ligt, samengevat weergegeven, ten grondslag dat de kosten van het saneringskrediet een schuld betreffen, waardoor appellant op grond van artikel 13, eerste lid, onder g, van de PW geen recht heeft op bijzondere bijstand. Hierbij heeft het college in aanmerking genomen dat appellant beschikt over middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, aangezien appellant een bijstandsuitkering ontvangt. Verder kan appellant in dit geval niet met succes een beroep doen op de Beleidsregels bijzondere bijstand van de gemeente Heerenveen (beleidsregels).
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten saneringskrediet
4.1.
Appellant heeft, samengevat weergegeven, aangevoerd dat het college voor de kosten van het saneringskrediet ten onrechte geen bijzondere bijstand heeft verleend. Deze beroepsgrond slaagt niet. Daartoe is het volgende van belang.
4.1.1.
De Raad is met het college en de rechtbank van oordeel dat de kosten waarvoor appellant bijzondere bijstand heeft aangevraagd als schuld moeten worden aangemerkt. Met het saneringskrediet heeft het college immers de schulden van appellant overeenkomstig de afspraken met de schuldeisers overgenomen van appellant. In plaats van een schuld aan de schuldeisers heeft appellant nu een schuld aan het college die hij moet afbetalen. Dit betekent dat artikel 13, eerste lid, aanhef en onder g, van de PW aan bijstandsverlening in de weg staat, aangezien appellant beschikt(e) over de middelen om te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan.
4.1.2.
Anders dan appellant aanvoert, kan appellant in dit kader niet met succes een beroep doen op artikel 33 van Pro de beleidsregels. Die bepaling geeft de bevoegdheid voor het verstrekken van bijzondere bijstand op grond van artikel 35, eerste lid, van de PW. Nu appellant, zoals blijkt uit 4.1.1, is uitgesloten van het recht op bijstand op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder g, van de PW, wordt aan de beoordeling van artikel 35 van Pro de PW en artikel 47 van Pro de beleidsregels niet toegekomen.

Conclusie en gevolgen

5. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor de resterende kosten van het saneringskrediet in stand blijft.
6. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van S. van Pelt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2025.
(getekend) J.T.H. Zimmerman
(getekend) S. van Pelt

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke (wettelijke) regels

Participatiewet
Artikel 13. Uitsluiting van bijstand
1. Geen recht op bijstand heeft degene die:
(…)
g. bijstand vraagt ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast en die overigens bij het ontstaan van de schuldenlast, dan wel nadien, beschikte of beschikt over de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
Beleidsregels bijzondere bijstand van de gemeente Heerenveen (geldig tot 1 januari 2025)
Artikel 33 Niet Pro in de beleidsregels genoemde kosten
Het college kan ook voor kosten die niet in deze beleidsregels genoemd worden, bijzondere bijstand verstrekken op grond van artikel 35 van Pro de wet en deze beleidsregels.
Artikel 47 Hardheidsclausule Pro
Het college is bevoegd, in gevallen waarin de toepassing van deze beleidsregels naar zijn oordeel tot een bijzondere en onvoorziene hardheid leidt, ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening, indien daar zeer dringende redenen voor zijn.