Uitspraak
3 juli 2024, 22/1810
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2025.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2024. Deze uitspraak betrof het verzet van appellante tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de aangevallen uitspraak een uitspraak is als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, Awb. Op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, Awb, kan tegen een dergelijke uitspraak geen hoger beroep worden ingesteld.
Daarom verklaart de Raad zich kennelijk onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wijst het zonder verder onderzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en is uitgesproken op 15 augustus 2025.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep.