Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-uitkering. De beroepstermijn van zes weken begon op 2 augustus 2023 en eindigde op 12 september 2023. Het beroepschrift werd echter pas op 25 juli 2024 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn.
Appellante gaf als reden voor de te late indiening aan dat zij de uitspraak te laat had ontvangen. Uit het dossier bleek echter dat de uitspraak niet op het door haar opgegeven adres kon worden bezorgd en niet was opgehaald, waarna deze retour werd gezonden. De rechtbank had daarna nog twee keer een afschrift toegezonden, maar dit wijzigde niets aan de wettelijke termijn.
De Raad oordeelde dat appellante geen bijzondere omstandigheid had aangevoerd die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakte. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.