ECLI:NL:CRVB:2025:1536

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
28 oktober 2025
Zaaknummer
23/2736 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.T.H. Zimmerman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 PWArt. 36 PWArt. 36b PWArt. 31 PWArt. 34 PW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor reiskosten tandheelkundige behandeling wegens ontbreken noodzakelijkheid

Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor reiskosten naar een mondhygiënist in Groningen. Het college wees dit af omdat niet was aangetoond dat de behandeling niet dichterbij, in of nabij Heerenveen, kon plaatsvinden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand.

In hoger beroep stelde appellant dat de reiskosten noodzakelijke kosten waren, maar de Raad volgde dit niet. De overgelegde verklaring van de mondhygiënist ondersteunde niet het standpunt dat de behandeling alleen in Groningen kon plaatsvinden. De Raad oordeelde dat de aanvraag terecht was afgewezen en dat het niet nodig was om te onderzoeken of er bijzondere omstandigheden waren.

De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman op 14 oktober 2025.

Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor reiskosten wordt bevestigd omdat de kosten niet als noodzakelijk zijn aangetoond.

Uitspraak

23/2736 PW
Datum uitspraak: 14 oktober 2025
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 15 september 2023, 22/3505 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen (college)

SAMENVATTING

Het gaat in deze zaak over een afgewezen aanvraag om bijzondere bijstand voor reiskosten in verband met een afspraak bij de mondhygiënist. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het daarbij om noodzakelijke kosten gaat. Appellant krijgt dus geen gelijk.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Appellant heeft een nader stuk ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 2 september 2025. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V. Djordjevic.

OVERWEGINGEN

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant heeft op 17 mei 2022 bijzondere bijstand aangevraagd op grond van de Participatiewet (PW) voor reiskosten in verband met een afspraak voor gebitsreiniging op 14 juni 2022 bij de mondhygiënist van het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde (CTM) van het Universitair Medisch Centrum Groningen.
1.2.
Met een besluit van 11 juli 2022, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 10 oktober 2022 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag afgewezen. Aan het bestreden besluit ligt, samengevat weergegeven, ten grondslag dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de behandeling bij de mondhygiënist alleen in Groningen kon ondergaan. Dat de reiskosten noodzakelijke kosten zijn, is het college dan ook niet gebleken.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij daartegen heeft aangevoerd, wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De (wettelijke) regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Afwijzing bijzondere bijstand voor reiskosten
4.1.
Appellant heeft, samengevat weergegeven, aangevoerd dat de reiskosten noodzakelijke kosten zijn waarvoor het college ten onrechte geen bijzondere bijstand heeft verleend. Deze beroepsgrond slaagt niet. Daartoe is het volgende van belang.
4.1.1.
De regels over (het verlenen van) bijzondere bijstand zijn neergelegd in artikel 35 van Pro de PW. Bij de toepassing van die bepaling moet onder meer worden beoordeeld of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn. Degene die een aanvraag doet om bijzondere bijstand moet aannemelijk maken dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor toekenning van die bijstand. Dit is vaste rechtspraak. [1] Omdat het college in het bestreden besluit in volle omvang heeft beoordeeld of de reiskosten noodzakelijke kosten zijn in de zin van artikel 35 van Pro de PW en de afwijzing van de aanvraag niet op artikel 25 van Pro de Beleidsregels bijzondere bijstand van de gemeente Heerenveen (beleidsregels) heeft gebaseerd, behoeft de beroepsgrond dat artikel 25 van Pro de beleidsregels in strijd is met zowel artikel 35 van Pro de PW als de door appellant aangehaalde internationale verdragsbepalingen (zoals bijvoorbeeld artikel 11 en Pro 13 van het Europees Sociaal Handvest) geen bespreking.
4.1.2.
Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de tandheelkundige zorg die bestond uit reiniging van het gebit niet door een mondhygiënist uit of in de buurt van Heerenveen had kunnen worden geleverd. In de door appellant in dit verband overgelegde stukken, waaronder de verklaring van de mondhygiënist van het CTM van 30 september 2021, vindt de Raad voor dat standpunt geen steun. Dat de mondhygiënist in die verklaring adviseert tot “continuering van de noodzakelijke regelmatige behandeling door een mondhygiënist (bij het CTM) om verdere onomkeerbare schade te voorkomen”, is daarvoor onvoldoende.
4.1.3.
Omdat het college de aanvraag om die reden al terecht heeft afgewezen, komt de Raad niet toe aan de vraag of sprake was van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 35 van Pro de PW en de door appellant in dat kader aangevoerde beroepsgronden.

Conclusie en gevolgen

5. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor de gevraagde reiskosten in stand blijft.
6. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van H.Z. Şipal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2025.
(getekend) J.T.H. Zimmerman
(getekend) H.Z. Şipal

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke (wettelijke) regels

Participatiewet
Artikel 35. Individuele en categoriale bijzondere bijstand
1. Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36, de studietoeslag, bedoeld in artikel 36b, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.
(…)
Beleidsregels bijzondere bijstand van de gemeente Heerenveen (geldig tot 1 januari 2025)
Artikel 25 Reiskosten Pro in verband met (medische) behandeling
1. Reiskosten voor bezoek aan een arts of andere (para)medische behandelaar behoren tot de algemene kosten van het bestaan.
2. Het college verstrekt geen bijzondere bijstand voor deze kosten met uitzondering van de verschuldigde eigen bijdrage na vergoeding van de reiskosten op grond van het Besluit Zorgverzekering. De Wlz of Zorgverzekeringswet zijn voorliggende voorzieningen voor reiskosten in verband met een medische behandeling.
(…)

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 8 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3059.