ECLI:NL:CRVB:2025:1669

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
23/646 WSFBSF
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking bestreden besluiten en gebrek aan belang

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Tijdens de procedure heeft de minister een nadere besluit genomen waarin volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. Dit besluit, gedateerd 27 december 2024, maakte de bestreden besluiten ongedaan, betaalde het achterstallige studiefinancieringsbedrag met wettelijke rente en vergoedde proceskosten.

De Raad heeft appellant gevraagd het hoger beroep te handhaven, maar appellant heeft niet gereageerd. Ook hebben partijen geen verzoek gedaan om een nadere zitting. Op grond hiervan heeft de Raad het onderzoek gesloten zonder nadere zitting.

De Raad overweegt dat het nadere besluit van de minister het hoger beroep overbodig maakt en dat appellant geen belang meer heeft bij de behandeling van het hoger beroep. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het bestreden besluit en gebrek aan belang.

Uitspraak

Datum uitspraak: 7 november 2025
23/646 WSFBSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van
14 februari 2023, 21/1417
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E. Schriemer, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
Op 13 mei 2024 heeft een regiezitting plaatsgevonden. Appellant heeft zich daar laten vertegenwoordigen door mr. Schriemer.
Op 12 november 2024 heeft de minister de Raad een brief gestuurd waaruit viel af te leiden dat de minister volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet ging komen. De Raad heeft deze brief op 17 december 2024 aan appellant doorgestuurd en aan appellant gevraagd of hij het hoger beroep wilde handhaven. Op die vraag heeft appellant niet gereageerd.
De Raad heeft partijen tevens gewezen op hun recht om op een nadere zitting te worden gehoord. De minister heeft de Raad binnen de gestelde reactietermijn een kopie doen toekomen van een besluit van 27 december 2024. Bij dit besluit heeft de minister de in dit geding door appellant bestreden besluiten ongedaan gemaakt en € 4.933,- aan appellant toegekend voor de in bezwaar, beroep en hoger beroep gemaakte (proces)kosten en de betaalde griffierechten. Ook heeft de minister het achterstallige bedrag aan studiefinanciering nabetaald en daarbij tevens wettelijke rente vergoed.
Omdat geen van beide partijen binnen de reactietermijn om een nadere zitting heeft gevraagd, heeft de Raad met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft. Daarna heeft de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb gesloten.

OVERWEGINGEN

Het nadere besluit van 27 december 2024 komt geheel tegemoet aan het (hoger) beroep van appellant. Gelet op de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb wordt dit besluit daarom niet in de beoordeling van het hoger beroep betrokken. Verder is niet gebleken dat appellant nog enig belang heeft bij de beoordeling van het hoger beroep. De Raad zal het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van
A.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 november 2025.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.