ECLI:NL:CRVB:2025:1711

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
24/2166 WLZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.1 WlzWet langdurige zorgWet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wlz-zorgaanvraag wegens ontbreken blijvende behoefte aan 24-uurszorg

Appellante, geboren in 2005 en bekend met een autismespectrumstoornis (ASS) en ADHD, vroeg op 1 november 2022 zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag op 13 januari 2023 af, omdat geen blijvende behoefte aan 24-uurszorg kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat de medische adviezen zorgvuldig waren opgesteld en dat appellante niet kon aantonen dat de medisch adviseurs onvoldoende deskundig waren.

Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij blijvend aangewezen is op 24-uurszorg vanwege haar aandoeningen en beperkte zelfredzaamheid, en betwijfelde de deskundigheid van de medisch adviseurs. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en achtte de medisch adviseurs deskundig. De medische gegevens toonden aan dat appellante weliswaar intensieve begeleiding nodig heeft, maar dat niet kon worden vastgesteld dat deze behoefte levenslang en levensbreed is.

De Raad concludeerde dat appellante langdurig ondersteuning nodig heeft, maar dat dit niet voldoet aan de criteria voor Wlz-zorg. Zij kan zich voor haar ondersteuning wenden tot de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: De aanvraag van appellante voor Wlz-zorg is terecht afgewezen wegens ontbreken van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 13 augustus 2024, 23/6497 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het CIZ
Datum uitspraak: 13 november 2025

SAMENVATTING

Het gaat in deze zaak om de vraag of appellante in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wlz. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank dat het CIZ de aanvraag van appellante voor Wlz-zorg terecht heeft afgewezen, omdat geen sprake is van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid als bedoeld in de Wlz.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft [naam vader] hoger beroep ingesteld en nadere stukken overgelegd. Het CIZ heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 2 oktober 2025. Voor appellante zijn [naam vader] (vader) en [naam ambulant begeleider] (ambulant begeleider) verschenen. Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E. Koedood en mr. L. Bruis.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellante, geboren in 2005, is onder meer bekend met een autismespectrumstoornis (ASS) en ADHD. In verband hiermee is namens appellante op 1 november 2022 een aanvraag gedaan voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz).
1.2.
Bij besluit van 13 januari 2023, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 31 augustus 2023 (bestreden besluit), heeft het CIZ de aanvraag van appellante afgewezen. Het CIZ heeft zich op het standpunt gesteld dat bij appellante sprake is van een grondslag psychische stoornis. Een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid kan echter niet worden vastgesteld. Hieraan liggen medische adviezen van 13 januari 2023 en 26 juli 2023 ten grondslag.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geen grond gezien voor het oordeel dat de medische adviezen niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De medisch adviseurs hebben op basis van de beschikbare informatie een duidelijk beeld van de medische situatie van appellante kunnen vormen. Appellante heeft geen medische stukken overgelegd die aan de juistheid van de medische adviezen doen twijfelen. Ook heeft appellante niet met gegevens onderbouwd dat de medisch adviseurs over onvoldoende kennis beschikken. De medisch adviseurs van het CIZ hebben bij appellante de grondslag psychische stoornis vastgesteld. Zij hebben geconcludeerd dat appellante door regieproblemen en beperkingen in haar zelfredzaamheid als gevolg van de combinatie van de ASS en ADHD voortdurend begeleiding nodig heeft. Ze kan haar eigen zorgbehoefte niet goed inschatten en niet adequaat om hulp vragen als zij die nodig heeft. Hoewel sprake is van forse problematiek en appellante aangewezen is op 24 uur per dag zorg, kan echter niet worden vastgesteld of appellante levenslang en levensbreed aangewezen zal zijn op de zorg zoals bedoeld in de Wlz. Niet kan worden uitgesloten dat zij in de toekomst, in de komende jaren maar ook verder in haar volwassen leven, met ambulante zorg of zorg op afroep zal kunnen functioneren. Volgens de medisch adviseurs is ook niet vast te stellen in hoeverre appellante in de toekomst, met verdere training, aangeleerde zaken in de praktijk zal kunnen toepassen. De rechtbank heeft geoordeeld dat op basis van de conclusies van de medisch adviseurs niet kan worden vastgesteld dat de zorgbehoefte van appellante blijvend is. Daarmee is niet voldaan aan de criteria voor zorg op grond van de Wlz. Volgens de rechtbank heeft het CIZ de aanvraag van appellante daarom terecht afgewezen.
Het standpunt van appellante
3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellante betwijfelt of de medisch adviseurs van het CIZ voldoende deskundig zijn om een juiste medische beoordeling te verrichten. Appellante is als gevolg van haar ongeneeslijke aandoeningen moeilijk leerbaar en kan het geleerde niet zelfstandig toepassen in de praktijk. Ook verdwijnen in stressvolle situaties haar aangeleerde vaardigheden. Appellante heeft al vele intensieve behandelingen ondergaan. Het is niet te verwachten dat meer behandelingen tot zelfredzaamheid gaan leiden. Bij het wegvallen van de dagelijkse begeleiding zal verslechtering van haar situatie optreden. Appellante is daarom blijvend aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid op grond van de Wlz. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft appellante verwezen naar informatie van een GZ-psycholoog van 13 september 2024 en van haar ambulant begeleider van 18 oktober 2024.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
De rechtbank is op de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat het CIZ de aanvraag van appellante op goede gronden heeft afgewezen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en verenigt zich met het op grond daarvan door de rechtbank gegeven oordeel. Hieraan wordt het volgende toegevoegd.
4.2.
De Raad heeft in de beroepsgronden van appellante geen aanleiding gezien om te twijfelen aan de deskundigheid van de medisch adviseurs. De Raad acht daarbij van belang dat het tot de specifieke taak en deskundigheid van de medisch adviseurs van het CIZ – zijnde: artsen met verschillende medische achtergronden die een verdere scholing hebben ontvangen met het oog op toepassing van de Wlz – behoort om medische gegevens te wegen en te vertalen naar Wlz termen. [1] Met de rechtbank oordeelt de Raad dat de medisch adviseurs in onderhavige beoordeling de beschikbare (medische) gegevens bij het onderzoek naar de gezondheidssituatie van appellante hebben betrokken. Niet gebleken is dat de medisch adviseurs op basis van de ingewonnen informatie een onjuist of onvolledig beeld hebben gevormd van de medische toestand van appellante.
4.3.
Naar het oordeel van de Raad hebben de medisch adviseurs op inzichtelijke wijze toegelicht dat appellante door een terugval in haar beperkingen kampt met dusdanige regieproblemen en beperkingen in haar zelfredzaamheid, dat voortdurend begeleiding of overname van taken nodig is om ernstig nadeel in de vorm maatschappelijke teloorgang te voorkomen. Als gevolg hiervan is appellante in de te beoordelen periode (van 1 november 2022 tot en met 31 augustus 2023) aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid, zoals bedoeld in de Wlz. Volgens de medisch adviseurs kan echter niet uitgesloten worden dat – door het verder uitrijpen van de ontwikkeling en door middel van behandeling, begeleiding en training via een gespecialiseerd trainingshuis/instelling – de zelfredzaamheid van appellante in de toekomst kan verbeteren. De medisch adviseurs hebben zich hiervoor (onder meer) gebaseerd op een Ontwikkelingsperspectief (OPP) van 19 september 2022 en op een brief van een GZ-psycholoog van 23 februari 2023. Uit het OPP blijkt dat appellante op sociaal-emotioneel vlak een groei heeft doorgemaakt en dat het MBO haalbaar voor appellante wordt geacht. Verder heeft de GZ-psycholoog geconcludeerd dat de mate van zelfstandigheid van appellante in de toekomst mede afhangt van veel factoren, waaronder (steun uit) de omgeving en laagdrempelige hulp. In de door appellante in hoger beroep overgelegde (medische) stukken, in het bijzonder de brief van de GZ-psycholoog van 13 september 2024, ziet de Raad geen aanknopingspunten om de conclusie van de medisch adviseurs in twijfel te trekken. Ook uit deze brief volgt dat appellante door haar aandoeningen – die zoals terecht is opgemerkt niet zijn te genezen – langdurig laagdrempelige ondersteuning nodig heeft om te kunnen functioneren. Uit deze informatie, en uit de overige beschikbare medische gegevens, kan echter niet worden afgeleid dat appellante blijvend (dat wil zeggen levenslang) is aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid als bedoeld in de Wlz.
4.4.
Het bovenstaande neemt niet weg dat appellante langdurig aangewezen zal zijn op ondersteuning. Zolang niet aan de eisen van de Wlz is voldaan, kan appellante zich voor deze ondersteuning wenden tot het college van de gemeente van haar woonplaats op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Conclusie en gevolgen

4.5.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het CIZ de aanvraag van appellante terecht heeft afgewezen.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum in tegenwoordigheid van C.K. Teunissen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2025.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) C.K. Teunissen

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Artikel 3.2.1, eerste en tweede lid, van de Wet langdurige zorg
1. Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
1°. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2°. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a.
blijvend: van niet voorbijgaande aard;
b.
permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
c.
ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:
1°. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
2°. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
3°. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
4°. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
d.
zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
e.
regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 1 augustus 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1517.