ECLI:NL:CRVB:2025:1714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang wegens zelfredzaamheid en huisvestingsprobleem
Appellante, een moeder met twee minderjarige kinderen, verzocht om maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015 vanwege vocht-, schimmel- en stofproblemen in haar huidige woning. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees dit verzoek af, omdat appellante zelfredzaam is en in staat wordt geacht zich te handhaven in de samenleving.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzoek een huisvestingsprobleem betreft, waarvoor maatschappelijke opvang niet bedoeld is. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigde dat appellante onderdak heeft in een woning waar zij voor onbepaalde tijd kan blijven, en dat zij zelfredzaam is. De Raad benadrukte dat de Wmo 2015 niet bedoeld is voor het oplossen van huurgeschillen of achterstallig onderhoud. Het hoger beroep werd afgewezen en het bestreden besluit bleef in stand.
Appellante kreeg geen vergoeding voor proceskosten. De uitspraak benadrukt de grenzen van de Wmo 2015 ten aanzien van huisvestingsproblemen en de voorwaarden voor het recht op maatschappelijke opvang.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot afwijzing van maatschappelijke opvang blijft in stand.