ECLI:NL:CRVB:2025:1811

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
24/1067 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbParticipatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief deurwaarder wegens ontbreken besluitkarakter

Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en ervaart inhoudingen vanwege een sinds 2019 lopend derdenbeslag. Op 13 november 2023 maakte appellant bezwaar tegen een brief van 8 november 2023 van een incasso- en gerechtsdeurwaardersorganisatie, waarin hij verzocht dat de beslaglegging zou stoppen. Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen verklaarde dit bezwaar op 14 december 2023 niet-ontvankelijk, omdat de brief niet kwalificeert als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro.

De rechtbank Noord-Nederland bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant opnieuw dat de beslaglegging onterecht is omdat hij zijn schulden heeft voldaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de brief van de deurwaarder geen bestuursorgaan betreft en dus geen besluit is waarop bezwaar kan worden gemaakt. Hierdoor is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen inhoudelijk oordeel gegeven over het al dan niet bestaan van schulden. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht wordt niet terugbetaald.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief van de deurwaarder is niet-ontvankelijk verklaard omdat deze brief geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3 Awb.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 2 mei 2024, 23/5493 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen (college)
Datum uitspraak: 2 december 2025
Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte
Griffier: L. van Beelen
Zitting is gehouden op 25 november 2025. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.J. Olthof. Het onderzoek is gesloten. De Raad heeft beslist dat mondeling uitspraak wordt gedaan en dat die uitspraak met één week wordt verdaagd.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet naar de norm voor een alleenstaande. Op de bijstand van appellant wordt een bedrag ingehouden in verband met een sinds 2019 lopend derdenbeslag. Op 13 november 2023 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen een bericht dat hij heeft ontvangen op 8 november 2023. Dat bericht betreft een brief van 8 november 2023 van de incasso- en gerechtsdeurwaardersorganisatie LAVG. Appellant wil dat de beslaglegging stopt.
Met een besluit van 14 december 2023 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft gesteld dat alleen bezwaar kan worden gemaakt tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De brief van de gerechtsdeurwaarder is volgens het college niet zo’n besluit.
Met de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Appellant voert in hoger beroep opnieuw aan dat de beslaglegging moet stoppen. Appellant stelt dat hij al zijn schulden heeft betaald en dat hij nu geen schulden meer heeft. De beroepsgrond slaagt niet.
In artikel 1:3, eerste lid, van de Awb staat dat onder een besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Het bezwaar van appellant is niet gericht tegen een besluit als hiervoor bedoeld. De brief van de deurwaarder is namelijk ieder geval niet afkomstig van een bestuursorgaan. Het college heeft het bezwaar van appellant dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Raad is het dus eens met het oordeel van de rechtbank.
Dit betekent dat in deze procedure ook geen oordeel kan worden gegeven over de vraag of de schulden van appellant nog bestaan of al helemaal zijn afgelost.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
Appellant krijgt daarom geen vergoeding voor zijn proceskosten. Hij krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) L. van Beelen (getekend) O.L.H.W.I. Korte