ECLI:NL:CRVB:2025:1847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet duurzaam arbeidsongeschikt
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op grond van zijn vermeende duurzame arbeidsongeschiktheid vanwege ADHD en andere beperkingen. Het Uwv weigerde de uitkering omdat uit verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek bleek dat appellant momenteel geen arbeidsvermogen heeft, maar dat deze situatie niet duurzaam is.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het Uwv voldoende had gemotiveerd dat appellant nog mogelijkheden tot arbeidsparticipatie kan ontwikkelen, mede vanwege zijn jonge leeftijd en de mogelijkheid tot behandeling. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij duurzaam geen basale werknemersvaardigheden bezit en niet openstaat voor hulpverlening, waardoor verbetering niet mogelijk is.
De Centrale Raad van Beroep volgt het oordeel van de rechtbank en het Uwv. De Raad stelt vast dat appellant niet duurzaam arbeidsongeschikt is omdat er nog een reëel perspectief is op verbetering door behandeling en ontwikkeling van vaardigheden. De Raad benadrukt dat blokkades door persoonlijkheid alleen worden meegewogen als deze voortkomen uit de ziekte of handicap zelf. Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellant niet duurzaam arbeidsongeschikt is.