ECLI:NL:CRVB:2025:269

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 februari 2025
Publicatiedatum
20 februari 2025
Zaaknummer
24/2569 WMO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:104 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep WMO

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland waarin haar verzet tegen een eerdere uitspraak ongegrond werd verklaard. De aangevallen uitspraak betreft een beslissing als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb tegen deze uitspraak geen hoger beroep mogelijk is. Daarom verklaart de Raad zich zonder verder onderzoek onbevoegd om het ingestelde hoger beroep te behandelen.

Daarnaast merkt de Raad op dat uit het dossier niet blijkt dat appellante een verzoek tot wraking van de behandelend rechter heeft ingediend voorafgaand aan de aangevallen uitspraak. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en doet de beslissing in het openbaar op 19 februari 2025.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het af.

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 februari 2025
24/2569 WMO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van
19 september 2024, 23/3029 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Eemsdelta (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft [gemachtigde] hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het verzet van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank van 26 september 2023 ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.
In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellante ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
De Raad merkt hierbij nog op dat uit het dossier niet blijkt dat appellante een verzoek om wraking van de behandelend rechter heeft ingediend alvorens deze de aangevallen uitspraak deed.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van
A.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2025.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.