Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2025.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland waarin het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen hoger beroep mogelijk is tegen uitspraken van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid Awb.
Daarom verklaart de Raad zich onbevoegd om kennis te nemen van het ingestelde hoger beroep en besluit zonder verder onderzoek. Tevens wordt appellant gewezen op de mogelijkheid om bij de rechtbank een nieuw verzoek om voorlopige voorziening in te dienen indien er bij de kennisgeving van de zitting iets mis is gegaan.
Verder merkt de Raad op dat het wrakingsverzoek dat in het hoger beroepschrift wordt genoemd, zal worden doorgezonden aan de rechtbank voor beoordeling. Appellant heeft geen griffierecht betaald, maar de Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2025.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening.