Uitspraak
30 november 2022, 21/530
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
niet-ontvankelijk.
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Tijdens de zitting op 25 juni 2024 bereikten partijen een schikking waarna appellant het hoger beroep ter zitting introk. Op 7 augustus 2024 verzocht appellant de Raad om het college te veroordelen in de gemaakte proceskosten. Het college reageerde hierop bij brief van 28 oktober 2024. De Raad stelde het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek.
Volgens artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een bestuursorgaan op verzoek van de indiener van het beroepschrift in de kosten worden veroordeeld indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener tegemoet is gekomen. Dit verzoek moet gelijktijdig met de intrekking worden gedaan. In dit geval werd het verzoek pas later ingediend, waardoor het niet-ontvankelijk is.
Daarnaast hebben partijen elkaar finale kwijting verleend tijdens de zitting, waardoor het college niet veroordeeld kan worden in de proceskosten. De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om proceskostenveroordeling niet-ontvankelijk en sluit de procedure af met deze uitspraak van 11 maart 2025.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet gelijktijdig met de intrekking van het hoger beroep is ingediend.