ECLI:NL:CRVB:2025:919

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 juni 2025
Publicatiedatum
24 juni 2025
Zaaknummer
24/2717 PW-VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.T.H. Zimmerman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:104 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens intrekking hoger beroep

In deze zaak heeft verzoekster een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening bij de Centrale Raad van Beroep. Dit verzoek was gekoppeld aan een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank, maar verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken voordat op het verzoek om voorlopige voorziening werd beslist.

De voorzieningenrechter beoordeelde dat het ontbreken van het hoger beroep betekent dat niet meer wordt voldaan aan het formele connexiteitsvereiste, dat vereist dat tegen het besluit waarover voorlopige voorziening wordt gevraagd hoger beroep is ingesteld. Hierdoor is het verzoek niet-ontvankelijk.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht buiten zitting uitspraak gedaan en het verzoek afgewezen zonder dat er proceskosten worden toegewezen. De uitspraak werd gedaan op 24 juni 2025 door J.T.H. Zimmerman.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

24/2717 PW-VV
Datum uitspraak: 24 juni 2025
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Uitspraak op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
SAMENVATTING
In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een voorlopige voorziening te treffen. Omdat verzoekster het hoger beroep in de bodemzaak heeft ingetrokken, ontbreekt de formele connexiteit. Het verzoek moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Met een brief van 26 februari 2025 heeft verzoekster het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank van 14 november 2024, 23/5091 (aangevallen uitspraak) ingetrokken. Appellante heeft niet meer gereageerd op het verzoek van de Raad van 3 april 2024 of de intrekking ook ziet op het verzoek om voorlopige voorziening.

OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 8:104, eerste lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Uit de functie van artikel 8:81 van Pro de Awb vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Niet alleen is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat tegen een besluit beroep is ingesteld bij de bestuursrechter (formele connexiteit), wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken moet ook betrekking hebben op de inhoud van dat besluit (materiële connexiteit).
3. In dit geval voldoet het verzoek niet aan het formele connexiteitsvereiste. Verzoekster heeft het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak ingetrokken. Daarmee is niet langer voldaan aan de voorwaarde dat met betrekking tot de uitspraak ten aanzien waarvan een voorlopige voorziening wordt gevraagd hoger beroep is ingesteld. Gelet daarop ziet de voorzieningenrechter dan ook aanleiding om het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk te verklaren.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek is, gelet op wat is overwogen in 2 en 3, kennelijk niet-ontvankelijk, zodat de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb buiten zitting uitspraak zal doen.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2025.
(getekend) J.T.H. Zimmerman
(getekend) R.L. Rijnen