ECLI:NL:CRVB:2026:120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in sociaal zekerheidszaak
In deze zaak heeft appellant beroep ingesteld tegen een besluit van de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) van 21 augustus 2023. De Raad had eerder een uitspraak gedaan waarbij het eerdere besluit van de Svb was vernietigd en de Svb was opgedragen een nieuw besluit te nemen. Na het nemen van het nieuwe besluit heeft appellant beroep ingesteld, maar het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn betaald.
De Raad heeft appellant bij brief van 8 oktober 2025 en opnieuw bij aangetekende brief van 10 november 2025 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van € 51,- binnen respectievelijk 28 dagen en vier weken. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet voldaan.
Omdat het griffierecht niet tijdig is betaald, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Partijen zijn niet verschenen bij de zitting van 11 december 2025. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum op 22 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.