Uitspraak
22 augustus 2025, 25/1187
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en dit geldt overeenkomstig voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro.
Appellante is bij brief van 11 oktober 2025 en opnieuw bij aangetekende brief van 11 november 2025 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €143,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum op 20 februari 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.