Uitspraak
10 juli 2025, 24/1190 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft beoordeeld of het hoger beroep ontvankelijk is. Volgens artikel 8:41 Awb Pro moet het griffierecht binnen een bepaalde termijn worden betaald. Appellant is hier tweemaal schriftelijk op gewezen, maar heeft het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijnen.
Daarnaast geldt volgens artikel 6:7 Awb Pro een termijn van zes weken voor het indienen van het beroepschrift, ingaand de dag na bekendmaking van de uitspraak. De termijn voor appellant liep van 12 juli 2025 tot 25 augustus 2025. Het beroepschrift werd echter pas op 3 september 2025 ontvangen, dus te laat. Appellant is verzocht om een reden voor de termijnoverschrijding te geven, maar heeft niet gereageerd.
De Raad concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de termijnoverschrijding rechtvaardigen. Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het zonder inhoudelijke behandeling afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en te late indiening van het beroepschrift.