Uitspraak
6 februari 2025, 24/3920 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
21 maart 2025.
BESLISSING
A.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026.
Centrale Raad van Beroep
De erven van een overledene hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. De gemachtigde van appellanten werd meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €143,- binnen een gestelde termijn. Deze betaling is echter niet verricht.
Daarnaast is het beroepschrift te laat ingediend; de beroepstermijn liep van 7 februari 2025 tot en met 21 maart 2025, terwijl het beroepschrift pas op 31 maart 2025 werd ontvangen. De gemachtigde reageerde niet op het verzoek om opheldering over de termijnoverschrijding.
De Raad oordeelt dat geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die de termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen. Omdat het griffierecht niet tijdig is betaald en het beroepschrift te laat is ingediend zonder verschoonbare reden, wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en te late indiening van het beroepschrift.