ECLI:NL:CRVB:2026:260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P. Loof
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na nieuwe beslissing UWV met volledige tegemoetkoming
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een Ziektewetuitkering. Tijdens de procedure heeft de Raad een onafhankelijke deskundige benoemd die een rapport uitbracht. Naar aanleiding daarvan heeft het UWV op 28 oktober 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarbij appellante per 29 augustus 2022 in aanmerking werd gebracht voor een Ziektewetuitkering inclusief (na)betaling tot het einde van de wachttijd van 104 weken.
Omdat het UWV hiermee volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante, trok zij het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad oordeelde dat het verzoek tot intrekking gegrond was en dat het UWV op grond van de Awb in de proceskosten moest worden veroordeeld.
De Raad begrootte de proceskosten voor bezwaar en hoger beroep, inclusief kosten van rechtsbijstand, deskundigenrapport en reiskosten, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van in totaal € 5.155,66. Tevens werd het door appellante betaalde griffierecht van € 138,- vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter J.P. Loof op 5 maart 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken na nieuwe beslissing van het UWV die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren, met veroordeling van het UWV in proceskosten en griffierecht.