ECLI:NL:CRVB:2026:288
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen beroepschrift
Appellante heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam hoger beroep ingesteld. De aangevallen uitspraak is op 26 mei 2025 aan partijen toegezonden, waardoor de termijn voor het indienen van het beroepschrift liep van 27 mei tot en met 7 juli 2025. Het beroepschrift is echter pas op 30 juli 2025 ontvangen, dus na afloop van de beroepstermijn.
Appellante voerde aan dat zij twijfelde over het instellen van hoger beroep en dat de drukte rondom de bruiloft van haar zoon op 19 juli 2025 een rol speelde bij de vertraging. De Raad oordeelt dat deze omstandigheden geen bijzondere reden vormen die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Appellante had met een eenvoudig briefje tijdig hoger beroep kunnen instellen en de gronden later indienen.
Daarom is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van het geschil. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift zonder verschoonbare omstandigheden.