ECLI:NL:CRVB:2026:511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ruime uitleg omzetbegrip in NOW-regelingen inclusief NEDAB-subsidie
Appellante, exploitant van een luchthaven, betwistte de ministeriële vaststelling van de loonkostensubsidie op grond van de NOW-1 tot en met NOW-5. Zij stelde dat de NEDAB-subsidie, bedoeld voor niet-economische diensten van algemeen belang, niet tot de omzet mocht worden gerekend. De rechtbank oordeelde dat het omzetbegrip in de NOW-regelingen ruimer is dan in artikel 377 lid 6 BW Pro en dat de NEDAB-subsidie bij de omzet moet worden betrokken. Tevens stelde de rechtbank dat de minister onvoldoende belangenafweging had gemaakt bij enkele besluiten, waardoor die vernietigd werden, maar dat de rechtsgevolgen in stand konden blijven.
In hoger beroep bevestigt de Raad dit oordeel. De NOW-regelingen kennen geen hardheidsclausule en hanteren een omzetbegrip dat alle baten uit normale bedrijfsactiviteiten omvat, ook als deze anders worden benoemd. De NEDAB-subsidie valt hier onder omdat de werkzaamheden waarvoor deze wordt verstrekt, zoals brandweer en beveiliging, tot de normale bedrijfsvoering van appellante behoren. De Raad wijst het beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De Raad gaat niet in op de staatssteunargumenten van appellante, omdat deze niet relevant zijn voor de NOW-regeling. Ook de belangenafweging van de minister wordt als voldoende beoordeeld. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding omdat het hoger beroep niet slaagt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de NEDAB-subsidie bij de omzet moet worden betrokken en wijst het hoger beroep af.