Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
aaneengeslotenbelastbaar moet zijn.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan op 9 augustus 2023, stellende dat hij op zijn 18e verjaardag duurzaam geen arbeidsvermogen had vanwege ASS en ADHD. Het UWV weigerde de uitkering, omdat appellant volgens hen op datum aanvraag over arbeidsvermogen beschikte. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat appellant op datum aanvraag arbeidsvermogen had, en paste artikel 6:22 Awb Pro toe om dit gebrek te passeren.
In hoger beroep stelde appellant dat hij duurzaam geen basale werknemersvaardigheden had en verwees naar rapporten van een verzekeringsarts. Het UWV bracht tegenrapporten in waaruit bleek dat appellant in de relevante periode tussen 18 en 23 jaar wel arbeidsvermogen had, onder meer omdat hij een HAVO-diploma behaalde en HBO-opleidingen volgde. De Raad volgde het standpunt van het UWV en oordeelde dat appellant wel degelijk arbeidsvermogen had in de relevante periode.
De Raad stelde vast dat de vraag naar de duurzaamheid van het verlies van arbeidsvermogen op datum aanvraag onbeantwoord kan blijven, omdat appellant op zijn 18e verjaardag over arbeidsvermogen beschikte. Het hoger beroep werd afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering bleef in stand. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd omdat appellant op zijn 18e verjaardag over arbeidsvermogen beschikte.