Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WIA-uitkering. Het UWV heeft op 12 april 2024 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin het bezwaar van appellante gegrond werd verklaard en de terugvordering van de WIA-uitkering werd beperkt tot € 4.750,70. Tevens werden gemaakte kosten van appellante tot € 624,- vergoed.
Naar aanleiding van deze nieuwe beslissing heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Centrale Raad van Beroep heeft de zaak zonder zitting behandeld omdat partijen geen zitting wensten.
De Raad oordeelde dat het UWV, dat in eerste aanleg reeds in de kosten was veroordeeld, nu alleen nog de proceskosten van het hoger beroep hoefde te vergoeden. De proceskosten werden begroot op € 934,- en daarnaast moest het UWV het betaalde griffierecht van € 136,- vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum namens de Centrale Raad van Beroep op 12 juni 2026.