Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:773

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
23/3222 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV in WIA-zaken met proceskostenveroordeling

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WIA-uitkering. Het UWV heeft op 12 april 2024 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin het bezwaar van appellante gegrond werd verklaard en de terugvordering van de WIA-uitkering werd beperkt tot € 4.750,70. Tevens werden gemaakte kosten van appellante tot € 624,- vergoed.

Naar aanleiding van deze nieuwe beslissing heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Centrale Raad van Beroep heeft de zaak zonder zitting behandeld omdat partijen geen zitting wensten.

De Raad oordeelde dat het UWV, dat in eerste aanleg reeds in de kosten was veroordeeld, nu alleen nog de proceskosten van het hoger beroep hoefde te vergoeden. De proceskosten werden begroot op € 934,- en daarnaast moest het UWV het betaalde griffierecht van € 136,- vergoeden.

De uitspraak werd gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum namens de Centrale Raad van Beroep op 12 juni 2026.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 934,- en het griffierecht van € 136,- na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

23/3222 WIA, 24/2311 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
24 oktober 2023, 22/5632 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 12 juni 2026

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. T.A. Vetter, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het Uwv heeft op 12 april 2024 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen naar aanleiding van de aangevallen uitspraak. Met deze nieuwe beslissing heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen de beslissing van 20 juni 2022 alsnog gegrond verklaard, en de terugvordering van de WIA-uitkering van appellante beperkt tot € 4.750,70. Ook heeft het Uwv besloten de door appellante in bezwaar gemaakte kosten te vergoeden tot een bedrag van € 624,-. Dit besluit is aanleiding geweest voor appellante om het hoger beroep in te trekken.
Met het besluit van 12 april 2024 is volledig aan de bezwaren van appellante tegemoetgekomen. Het Uwv is in eerste aanleg reeds veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De Raad veroordeelt het Uwv daarom nog slechts in de kosten die in verband met het hoger beroep zijn gemaakt. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 934,- (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, met wegingsfactor 1).
Ook dient het Uwv het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 934,-;
  • bepaalt dat het Uwv het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum in tegenwoordigheid van
A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2026.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) A. Giesen