ECLI:NL:CRVB:2026:905
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in AOW-herzieningszaak over gehuwdennorm
Verzoeker ontving een AOW-pensioen op basis van de ongehuwdennorm. Na een melding van huwelijk in november 2023 heeft de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen met terugwerkende kracht vanaf februari 2023 herzien naar de gehuwdennorm, waardoor verzoeker een bedrag van €4.297,54 te veel ontving dat werd teruggevorderd.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit werd door de Svb ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde echter dat de Svb onvoldoende bewijs had geleverd dat verzoeker niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote en vernietigde het besluit, waarbij de Svb werd opgedragen het bezwaar opnieuw te beoordelen.
De Svb ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om de terugvordering te schorsen. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wees dit verzoek af, omdat er geen actueel spoedeisend belang was, mede omdat de bodemprocedure binnen afzienbare tijd zou worden behandeld.
Proceskostenvergoeding werd niet toegekend. De uitspraak is openbaar en gebaseerd op de Algemene Ouderdomswet en eerdere jurisprudentie.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan actueel spoedeisend belang.