ECLI:NL:CRVB:2026:905

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
26/509 AOW-VV-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene Ouderdomswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in AOW-herzieningszaak over gehuwdennorm

Verzoeker ontving een AOW-pensioen op basis van de ongehuwdennorm. Na een melding van huwelijk in november 2023 heeft de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen met terugwerkende kracht vanaf februari 2023 herzien naar de gehuwdennorm, waardoor verzoeker een bedrag van €4.297,54 te veel ontving dat werd teruggevorderd.

Verzoeker maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit werd door de Svb ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde echter dat de Svb onvoldoende bewijs had geleverd dat verzoeker niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote en vernietigde het besluit, waarbij de Svb werd opgedragen het bezwaar opnieuw te beoordelen.

De Svb ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om de terugvordering te schorsen. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wees dit verzoek af, omdat er geen actueel spoedeisend belang was, mede omdat de bodemprocedure binnen afzienbare tijd zou worden behandeld.

Proceskostenvergoeding werd niet toegekend. De uitspraak is openbaar en gebaseerd op de Algemene Ouderdomswet en eerdere jurisprudentie.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan actueel spoedeisend belang.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter

26.509 AOW-VV-PV

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 25 juni 2026
Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Griffier: C.C.M. van 't Hol
Voor verzoeker is mr. R. Küçükünal, advocaat, verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.E. Eind.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek tot treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Verzoeker ontving een AOW [1] -pensioen naar de norm van een ongehuwde. Op 14 november 2023 heeft de Svb een melding uit de BRP [2] ontvangen dat betrokkene op [datum] 2023 is getrouwd. Met een besluit van 29 maart 2024 heeft de Svb het AOWpensioen van verzoeker vanaf februari 2023 herzien naar de norm voor een gehuwde. Hierdoor heeft verzoeker over de periode februari 2023 tot en met november 2023 een bedrag van € 4.297,54 te veel ontvangen, dat de Svb terugvordert. Met een besluit van 20 september 2024 (bestreden besluit) is het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
2. De rechtbank [3] heeft het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de Svb opdracht gegeven opnieuw op het bezwaar te beslissen. Verder is een veroordeling uitgesproken tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat bij een belastend besluit de bewijslast op de Svb rust. Volgens de rechtbank heeft de Svb niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker niet duurzaam gescheiden van zijn echtgenote leeft. Het had op de weg van de Svb gelegen om nader onderzoek te doen naar de feitelijke leefsituatie van verzoeker en zijn echtgenote.
3. De Svb heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. Verzoeker heeft een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.
4. De voorzieningenrechter is bevoegd om op verzoek een voorlopige voorziening te treffen als is voldaan aan de voorwaarde dat onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist.
4.1.
In deze zaak is onvoldoende gebleken van een actueel spoedeisend belang, nu de Raad binnen afzienbare tijd uitspraak zal doen in de bodemprocedure.
5. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzieningenrechter
(getekend) C.C.M. van 't Hol (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

Voetnoten

1.Algemene Ouderdomswet.
2.Basisregistratie personen.
3.Uitspraak van 27 november 2025, 24/9803, ECLI:NL:RBROT:2025:13703.