ECLI:NL:CRVB:2026:914
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in geschil over intrekking ANW-uitkering na echtscheiding
Verzoekster had een ANW-uitkering die per oktober 2015 werd ingetrokken door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) omdat zij niet langer als nabestaande werd beschouwd. Dit was gebaseerd op het feit dat verzoekster op het moment van overlijden van haar echtgenoot reeds gescheiden was. Na bezwaar verklaarde de Svb het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf de Svb opdracht het bezwaar opnieuw te beoordelen, mede omdat onduidelijk was of de echtscheidingsakte in Marokkaanse registers was ingeschreven.
De Svb ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, terwijl verzoekster incidenteel hoger beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er onvoldoende sprake was van een actueel spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te treffen, aangezien de bodemprocedure binnen afzienbare tijd zal worden behandeld.
Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd vastgesteld dat er geen proceskostenvergoeding toekomt. De uitspraak is gedaan in het openbaar en sluit aan bij eerdere uitspraken in vergelijkbare zaken.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan actueel spoedeisend belang.