ECLI:NL:GHAMS:1995:AA4471
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Kwantes
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Verrekening buitenlandse bronbelasting bij vennootschapsbelasting verzekeringsmaatschappij
Belanghebbende, een verzekeringsmaatschappij met een fiscaal gevoegde dochter, sloot een collectief pensioencontract met een Nederlandse werkgever. De verzekeraar belegde een aanzienlijk bedrag in een buitenlands fonds, waarop buitenlandse bronbelasting werd ingehouden. De kern van het geschil was of deze buitenlandse bronbelasting verrekend kon worden met de door belanghebbende verschuldigde vennootschapsbelasting.
Het Hof stelde vast dat het fonds fiscaal transparant is en dat belanghebbende juridisch en economisch eigenaar is van de beleggingen. De pensioenovereenkomst bepaalde dat de opbrengsten grotendeels ten goede komen aan de werkgever, terwijl de verzekeraar het sterfterisico en het solvabiliteitsrisico draagt. De buitenlandse bronbelasting vermindert het beleggingsresultaat van de verzekeraar.
Het Hof onderzocht per land de toepasselijke belastingverdragen en concludeerde dat alleen de Amerikaanse bronbelasting verrekenbaar is met de Nederlandse vennootschapsbelasting. Voor de overige landen geldt dat de bronbelasting niet kan worden verrekend, maar wel in mindering kan worden gebracht op het brutodividend in de fiscale jaarstukken. Hierdoor blijft het belastbare bedrag ongewijzigd. Het Hof veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en gelastte gedeeltelijke vermindering van de navorderingsaanslag.
Uitkomst: De navorderingsaanslag blijft ongewijzigd behalve dat de Amerikaanse bronbelasting wordt verrekend met de vennootschapsbelasting.