ECLI:NL:GHAMS:1996:AA4304
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Schaap
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding loonbelasting op stamrechtuitkering na overdracht aan BV
Belanghebbende, voormalig werknemer, kreeg bij ontslag een stamrechtverplichting toegekend in de vorm van een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. Na expiratie van de polis werd het kapitaal, inclusief rente, door de verzekeraar B overgemaakt aan een door belanghebbende opgerichte BV, die een stamrechtovereenkomst met haar had gesloten.
Belanghebbende stelde dat er geen loonheffing verschuldigd was omdat sprake was van een crediteurswisseling en dat de uitkering onder de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel d, Wet LB 1964 viel. De inspecteur handhaafde de inhouding van loonbelasting omdat de lijfrenteclausule niet op correcte wijze was uitgevoerd, aangezien de uitkering niet was bedongen bij een bedrijfsmatig optredende verzekeraar.
Het hof oordeelde dat de uitkering door B aan de BV niet gelijkgesteld kon worden met het verkrijgen van een stamrecht en dat de inhouding van loonbelasting terecht had plaatsgevonden. Het standpunt van belanghebbende dat het ministeriële beleid anders was, werd verworpen omdat niet aan de voorwaarden voor goedkeuring was voldaan. De bestreden uitspraak werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de inhouding van loonbelasting op de stamrechtuitkering terecht heeft plaatsgevonden.