ECLI:NL:GHAMS:1996:AA4305
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rensema
- Groeneveld
- Onnes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling desinvesteringsbetaling bij inbreng onderneming in besloten vennootschap
Belanghebbende bracht per 1 mei 1985 zijn installatiebedrijf in een besloten vennootschap (B.V.) in, waarbij het kantoorpand deels verhuurd werd aan de B.V. Het geschil betrof of deze inbreng leidde tot een desinvesteringsbetaling voor de onroerende zaak. De inspecteur stelde dat sprake was van vervreemding in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, hetgeen belanghebbende betwistte.
Het Hof onderzocht de bestemming van het pand en concludeerde dat het verhuurde gedeelte aan de B.V. als verhuur aan derden moest worden aangemerkt, waardoor de bestemming per 1 mei 1985 wijzigde van minder dan 70% verhuur naar meer dan 70%. Dit leidde tot een vervreemding en daarmee tot een desinvesteringsbetaling van ƒ 124.138,--, welke niet betwist werd.
Daarnaast werd de redelijke termijn van afhandeling van de belastingaanslag besproken, maar dit bleek niet relevant voor de zaak. Het Hof oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd en bevestigde de uitspraak van de inspecteur. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 1985 inclusief desinvesteringsbetaling wegens wijziging bestemming onroerende zaak.