ECLI:NL:GHAMS:1996:AA4349
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kwantes
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens kosten levensonderhoud pleegkinderen in uitwisselingsprogramma
Belanghebbende, werkzaam als bedrijfsleider, had in 1994 twee jongeren uit een uitwisselingsprogramma van de vereniging B in zijn gezin opgenomen. De inspecteur had de aftrek van kosten voor levensonderhoud van deze jongeren als pleegkinderen geweigerd, omdat zij slechts tijdelijk verbleven en de natuurlijke ouders de opvoedingsverantwoordelijkheid behielden.
Het Hof stelde vast dat de jongeren ongeveer elf maanden in het gezin verbleven en dat belanghebbende samen met zijn echtgenote de dagelijkse zorg en opvoeding als ware het eigen kinderen had verzorgd. Dit betrof een duurzame en significante opvoedingsrelatie, ondanks het feit dat de natuurlijke ouders enige invloed behielden en het verblijf konden beëindigen.
Op basis van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en relevante wetsartikelen concludeerde het Hof dat de jongeren als pleegkinderen moeten worden aangemerkt. De aftrek van de kosten levensonderhoud werd daarom toegekend, en de aanslag werd verminderd van f 45.511 naar f 42.196. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Het geschil betrof ook de toepassing van het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, maar deze werden niet nader behandeld omdat het Hof het beroep gegrond verklaarde op de pleegkindstatus. De uitspraak werd op 22 november 1996 door het Gerechtshof Amsterdam vastgesteld en openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting werd verminderd tot een belastbaar inkomen van f 42.196 wegens aftrek van kosten levensonderhoud van pleegkinderen uit een uitwisselingsprogramma.