ECLI:NL:GHAMS:1996:AA4491
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rensema
- Groeneveld
- Onnes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering forfaitaire afschrijving winkelpand in inkomstenbelasting 1992
Belanghebbende stelde beroep in tegen de uitspraak van de inspecteur die de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1992 handhaafde, waarbij de forfaitaire afschrijvingsregeling voor woonhuizen niet werd toegepast op zijn verhuurde winkelpand. Het pand was in 1974 verkregen en had een waarde van ƒ 550.000 in 1992, met een huur van ƒ 95.776.
Belanghebbende voerde aan dat het winkelpand gelijk behandeld moest worden als woonhuizen voor de toepassing van artikel 7, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990 (URI), en dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had in het door hem gevolgde afschrijvingssysteem. Het hof oordeelde dat de regeling uitsluitend geldt voor woonhuizen met een verwachte levensduur van ten minste 40 jaar en dat winkelpanden niet onder deze regeling vallen.
Verder verwierp het hof het beroep op het discriminatieverbod uit artikel 26 van Pro het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, omdat de wetgever een onderscheid tussen woonhuizen en andere panden heeft gemaakt dat niet onbegrijpelijk is. Ook werd het beroep op het vertrouwen in het standpunt van de inspecteur verworpen wegens onvoldoende grondslag.
Het hof bevestigde daarmee de bestreden uitspraak en wees het beroep af, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de weigering van de forfaitaire afschrijving op het winkelpand en wijst het beroep af.