ECLI:NL:GHAMS:1996:AA4507
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Bijl
- De Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbare voorbelasting bij gemengd gebruik vastgoedcomplexen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen de door de inspecteur vastgestelde aftrekbare voorbelasting voor twee vastgoedcomplexen die zowel voor belaste als vrijgestelde verhuur worden gebruikt. De discussie spitste zich toe op de juiste methode voor het bepalen van het aftrekbare gedeelte van de omzetbelasting.
Het hof overwoog dat volgens de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 het uitgangspunt is dat de aftrekbare voorbelasting wordt berekend op basis van de verhouding van vergoedingen voor belaste ten opzichte van alle prestaties. Indien het werkelijke gebruik hiervan afwijkt, dient dit werkelijke gebruik als maatstaf te gelden. De inspecteur stelde dat het werkelijke gebruik beter kan worden bepaald aan de hand van de verhuurde vierkante of kubieke meters, wat door het hof werd bevestigd.
Belanghebbende voerde aan dat de economische waarde van woningen hoger is dan die van winkels en dat dit meegewogen moet worden, maar het hof achtte dit niet relevant voor de berekening van de aftrek. De inspecteur had bovendien een gunstiger verhouding gehanteerd dan vierkante meters zouden opleveren. Het hof concludeerde dat de inspecteur de aftrekbare voorbelasting juist heeft vastgesteld en bevestigde de bestreden uitspraak.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de inspecteur de aftrekbare voorbelasting correct heeft vastgesteld op basis van het werkelijke gebruik van de vastgoedcomplexen.