ECLI:NL:GHAMS:1997:AA4142
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Schaap
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gelijkheidsbeginsel bij waardering vakantiebonnen voor loonheffing
Belanghebbende betwistte de waardering van vakantiebonnen voor loonheffing, die op 75% van de nominale waarde wordt gesteld, terwijl vakantiegeld in geld voor 100% wordt belast. Hij stelde dat sinds de invoering van aparte loonbelastingtabellen in 1990 de rechtvaardiging voor deze lagere waardering is vervallen, wat leidt tot een ongelijke behandeling in strijd met het gelijkheidsbeginsel uit artikel 26 IVBPR Pro.
Het Hof stelde vast dat verschillende wettelijke regelingen voor vakantiebonnen en vakantiegeld geoorloofd zijn, omdat het niet aannemelijk was gemaakt dat sprake is van feitelijk gelijke gevallen. De compensatie voor het voorfinancieringsnadeel van vakantiebonnen en de complexiteit van de loonheffingssystemen werden meegewogen.
Hoewel het Hof erkende dat het nadeel voor vakantiebonnenontvangers sinds 1990 is verminderd, oordeelde het dat het aan de wetgever is om de regeling stapsgewijs aan te passen. De rechter ziet geen taak om de bestaande wettelijke regeling te wijzigen of te amenderen.
Het beroep van belanghebbende werd daarom afgewezen en de uitspraak van de inspecteur bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de uitspraak van de inspecteur en wijst het beroep af, waardoor de waardering van vakantiebonnen voor loonheffing op 75% blijft.