ECLI:NL:GHAMS:1997:AA4185
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Boersma
- Den Boer
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing vervangingsreserve bij verkoop en aankoop landbouwgrond
Belanghebbende exploiteert een melkveehouderij en verkocht in 1994 een klein perceel grond van 996 m2, terwijl hij een veel groter perceel van 5,54 ha kocht. De vraag was of de gehele aangekochte grond als vervangende grond kon worden aangemerkt voor de toepassing van de vervangingsreserve volgens artikel 14 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het hof oordeelde dat slechts het deel van de gekochte grond gelijk aan het verkochte perceel dezelfde economische functie vervult en dus als vervangende grond kan worden aangemerkt. Het meerdere deel van de aankoop betreft een uitbreidingsinvestering. Dit oordeel werd onderbouwd met verwijzing naar wetsgeschiedenis en jurisprudentie, waarbij het hof benadrukte dat de wetgever geen herinvesteringsreserve beoogde en dat een splitsing tussen vervangende en uitbreidingsgrond noodzakelijk is.
De stelling van belanghebbende dat het totale areaal grond vóór en na de aan- en verkoop moet worden vergeleken om vervanging te bepalen, werd verworpen. Het hof bevestigde de bestreden uitspraak en wees het beroep af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat slechts het deel van de aangekochte grond gelijk aan het verkochte perceel als vervangende grond kan worden aangemerkt en wijst het beroep af.