ECLI:NL:GHAMS:1997:AA4353
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Kwantus
- Van Sonderen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing werknemersopties bij K-Inc. in 1990
Belanghebbende, werkzaam bij K-BV binnen de K-Inc.-groep, kreeg in de jaren tachtig werknemersopties toegekend onder opschortende voorwaarden, waarbij de opties pas konden worden uitgeoefend na het verstrijken van bepaalde termijnen en onder de voorwaarde van voortgezet dienstverband. In 1990 konden delen van deze opties voor het eerst worden uitgeoefend.
De kern van het geschil betrof de vraag of en hoe de in 1990 genoten werknemersopties als loon moesten worden belast. Belanghebbende stelde dat er geen loon werd genoten in 1990 en dat, indien wel, de waardering moest plaatsvinden volgens het 7,5%-waarderingsforfait uit de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990, dan wel conform een afspraak uit 1982 waarbij het voordeel maximaal 70% van de winst bij verkoop mocht bedragen.
Het Hof oordeelde dat de opties onder opschortende voorwaarden waren toegekend en dat het belastbare moment het tijdstip was waarop de opties voor het eerst konden worden uitgeoefend. De forfaitaire 7,5%-waarderingsregeling was niet van toepassing omdat de uitoefenprijs lager was dan de marktwaarde van de aandelen. Het gelijkheidsbeginsel bracht geen beperking in de waardering mee. De waarde van de opties werd vastgesteld op het verschil tussen de marktwaarde van de aandelen en de uitoefenprijs op het belastbare tijdstip, waarbij het voordeel hoger was dan het door de inspecteur gehanteerde bedrag.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de inspecteur en verwierp het beroep van belanghebbende, waarbij geen proceskosten werden toegekend. De uitspraak werd op 12 maart 1997 uitgesproken door de genoemde rechters.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de in 1990 genoten werknemersopties belastbaar zijn als loon op het moment van uitoefenbaarheid en wijst het beroep van belanghebbende af.