ECLI:NL:GHAMS:1997:AA4397
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van Ballegooijen
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de waarde van aandelen B B.V. in vermogensbelastingzaak 1993
Belanghebbende, samen met haar broer aandeelhouder en bestuurder van B B.V., betwistte de door de inspecteur vastgestelde waarde van haar aandelen in de vermogensbelastingaanslag 1993. De inspecteur waardeerde de aandelen op basis van de intrinsieke waarde van de vennootschap, rekening houdend met materiële en financiële activa.
Belanghebbende voerde aan dat haar aandelen slechts een belegging waren en dat de waardering onjuist was vanwege de gehanteerde geconsolideerde balans en de slechte verstandhouding met haar broer. De inspecteur stelde dat belanghebbende mede de leiding had en dat het belang geen belegging maar een deelname was.
Het Hof oordeelde dat het belang van belanghebbende in B B.V. een in eigen onderneming gestoken vermogen vertegenwoordigt, mede gezien haar positie als directeur en de omvang van het aandelenbezit. De intrinsieke waarde van de aandelen, vastgesteld op ƒ 9.442.795,--, werd als uitgangspunt genomen. Er was geen bewijs voor correctie wegens onderrentabiliteit of negatieve invloed van kapitaaluitkeringen.
Het Hof bevestigde daarmee de aanslag en de waardering van het vermogen van belanghebbende, en wees de bezwaren af. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslag vermogensbelasting 1993 en de waardering van de aandelen B B.V. op basis van de intrinsieke waarde.