Uitspraak
mr M. Bunders
mr C.I.M. Molenaar.
1.Het geding in hoger beroep
2.De grieven
3.Waarvan het hof uitgaat
4.Beoordeling
5.Slotsom
6.Beslissing Het hof:
f5.540,-;
Gerechtshof Amsterdam
Appellante, een besloten vennootschap die een muziekevenement organiseert, vorderde in hoger beroep dat geïntimeerde zou worden veroordeeld wegens onrechtmatige doorverkoop van toegangsbewijzen, in strijd met het doorleveringsverbod in haar algemene voorwaarden. Het hof ging uit van de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank en beoordeelde de grieven van appellante.
Het hof oordeelde dat niet aannemelijk was dat geïntimeerde de toegangsbewijzen rechtstreeks van appellante had verkregen, en dat een bewijsopdracht niet op zijn plaats was. Verder werd geoordeeld dat het eigendomsvoorbehoud en het doorleveringsverbod niet afdwingbaar zijn jegens opvolgende houders van de toegangsbewijzen, omdat deze kaarten aan toonder zijn en overdraagbaar. Alleen de oorspronkelijke koper is gebonden aan de voorwaarden.
Subsidiair stelde appellante dat geïntimeerde onrechtmatig handelde door misbruik te maken van wanprestatie van derden en door te profiteren van de activiteiten van appellante zonder risico te lopen. Het hof vond echter onvoldoende bewijs dat geïntimeerde een zodanig aantal kaarten had bemachtigd dat de officiële verkoop ernstig werd belemmerd of dat het muziekevenement daardoor werd geschaad. Ook het betoog dat geïntimeerde profiteert zonder risico werd niet gevolgd.
Gelet op het voorgaande verwierp het hof alle grieven van appellante en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verwierp de grieven van appellante en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, waarbij appellante in de kosten van het hoger beroep werd veroordeeld.