ECLI:NL:GHAMS:1998:AA4231
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Zilvertand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid en bevoegdheid bij oplegging aanslag inkomstenbelasting na emigratie
Belanghebbende, die in 1991 emigreerde naar de Verenigde Staten, werd geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting over de periode 1 februari tot en met 31 december 1991. De inspecteur had uitstel verleend voor het doen van aangifte tot 1 september 1993, waarna de aanslag werd opgelegd. Belanghebbende voerde aan dat de aanslag niet tijdig was opgelegd en dat de inspecteur niet bevoegd was.
De kern van het geschil betrof de vraag of de aanslag tijdig was opgelegd, of sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde, of er sprake was van kwade trouw, en of de inspecteur bevoegd was. Het hof oordeelde dat het uitstel voor het doen van aangifte ook voor de periode na emigratie gold, waardoor de aanslag tijdig was. Er was geen nieuw feit dat navordering rechtvaardigde en geen kwade trouw vastgesteld. De inspecteur was bevoegd tot het opleggen van de aanslag.
Het hof verwierp het beroep van belanghebbende en bevestigde de bestreden uitspraak. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd op 17 maart 1998 door het hof uitgesproken.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 1991.