ECLI:NL:GHAMS:1998:AA4236
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van Ballegooijen
- Joosten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting na staking eenmanszaak en inbreng in BV
Belanghebbende voerde beroep aan tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1991, opgelegd door de inspecteur na een boekenonderzoek. De navordering betrof een hoger belastbaar inkomen na staking van zijn eenmanszaak en voortzetting van activiteiten in een besloten vennootschap (F B.V.).
Het Hof stelde vast dat belanghebbende zijn eenmanszaak per eind oktober/begin november 1991 had gestaakt en de onderneming voortzette binnen F B.V. De inspecteur had bij het vaststellen van de aanslag niet alle beschikbare informatie betrokken, maar dit werd niet als ambtelijk verzuim aangemerkt. Het in 1995 uitgevoerde onderzoek bracht een nieuw feit aan het licht dat navordering rechtvaardigde.
Belanghebbendes verzoek tot toepassing van de stamrechtvrijstelling werd afgewezen omdat niet binnen de wettelijke termijn een stamrecht was bedongen en de uitzonderingen daarop niet van toepassing waren. Verder oordeelde het Hof dat belanghebbende willens en wetens onjuiste informatie had verstrekt over het bestaan van een eenmanszaak H in 1991, wat rechtvaardigde dat de kwijtschelding van de boete werd beperkt tot 50%. Het beroep werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag met boete bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag met boete bevestigd.