ECLI:NL:GHAMS:1998:AA4245
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Schaap
- Faase
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Geschil over afwaardering vordering en navorderingsaanslag vennootschapsbelasting
Belanghebbende, X I B.V., maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 1989, 1990, 1991 en 1992. Centraal stond de vraag of de afwaardering van een vordering van circa f.4.776.531 op C AG terecht in 1992 in het fiscale resultaat was verantwoord.
De aandelen van C B.V. (later X V B.V.) werden eind 1991 door belanghebbende overgenomen van C AG, inclusief een vordering op C AG. De vordering bleek later waardeloos, wat leidde tot een afwaardering. Correspondentie tussen partijen en hun raadsman toonde aan dat de vordering feitelijk geen reële grondslag had en dat C AG de vordering afwees.
De inspecteur stelde navorderingsaanslagen vast omdat de afwaardering niet als verlies kon worden geaccepteerd. Het hof oordeelde dat de vordering een niet-bestaand activum was en dat de inspecteur niet op de hoogte was van de ware feiten bij het opleggen van de aanslag. Er was geen sprake van een door de inspecteur gewekt vertrouwen dat de afwaardering werd geaccepteerd.
Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur voor zover deze de heffingsrente betrof, bevestigde de navorderingsaanslag verder en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt bevestigd minus de heffingsrente; de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.