ECLI:NL:GHAMS:1998:AA4338
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Groeneveld
- Onnes
- Kwantes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aftrek betaling borgtocht voor vennootschapslening
Belanghebbende was aandeelhouder en directeur van meerdere vennootschappen, waaronder A B.V. en B B.V., die betrokken waren bij productie en vastgoedactiviteiten. In 1991 verbond belanghebbende zich als medeschuldenaar voor een lening van 200.000 gulden ten behoeve van B B.V., waarbij hij borg stond met hypotheek op zijn privéwoning.
In 1995 betaalde belanghebbende deze schuld aan de bank, nadat de vennootschappen in financiële problemen waren gekomen en A B.V. failliet werd verklaard. Belanghebbende bracht deze betaling in als kostenpost in zijn eenmanszaak, die hij in 1993 was gestart en waarin hij zijn managementactiviteiten voortzette.
De inspecteur weigerde deze aftrek, stellende dat de betaling uit hoofde van borgtocht niet tot de aftrekbare kosten behoorde. Het Hof overwoog dat het medeschuldenaarschap en de betaling daarvan in de privésfeer plaatsvonden en dat de eenmanszaak deze verplichting weliswaar kon passiveren, maar dat dit niet tot aftrek van kosten in de winstberekening leidde.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak van de inspecteur bevestigd. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de betaling uit hoofde van borgtocht voor de vennootschapslening niet aftrekbaar is in de inkomstenbelasting van belanghebbende.