ECLI:NL:GHAMS:1998:AA5555
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Holdert
- Onnes
- Kwantes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting na borgstelling en renteaftrek
Belanghebbende en haar echtgenoot stonden borg voor een krediet van f 25.000 aan een gelieerde B.V. Na kredietbeëindiging in 1984 ontstond een persoonlijke rentedragende schuld die door renteopbouw in 1992 was opgelopen tot circa f 42.979. Belanghebbende betaalde in 1992 een bedrag van f 15.000 aan de bank ter finale kwijting.
De inspecteur legde een primitieve aanslag op gebaseerd op een belastbaar inkomen van f 13.712, later gecorrigeerd naar f 13.172. Na een boekenonderzoek in 1996 bleek dat de renteaftrek in 1992 deels bestond uit de f 15.000 betaling, waarop de inspecteur een navorderingsaanslag oplegde met een belastbaar inkomen van f 27.562. Deze werd bij uitspraak verminderd tot f 21.897 door een proportionele renteaftrek toe te staan.
Het geschil betrof de vraag of er een nieuw feit was dat navordering rechtvaardigde en hoe de renteaftrek berekend moest worden. Het hof oordeelde dat het boekenonderzoek een nieuw feit vormde en dat de inspecteur terecht een deel van de renteaftrek had gecorrigeerd. De betaling van f 15.000 werd naar rato gesplitst tussen hoofdsom en rente, waarbij f 6.275 aftrekbaar werd geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1992 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.