ECLI:NL:GHAMS:1998:AA7162
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van Ballegooijen
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Vervroegde loonbetaling en toepassing fraus legis in inkomstenbelasting
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van D B.V., ontving in december 1994 het volledige salaris over 1995, contant gemaakt tegen 7,5% rente. De inspecteur hield dit bedrag bij het belastbare inkomen over 1995, wat leidde tot een aanslag van f 333.962. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de vervroegde betaling zakelijk was en niet gericht op belastingontwijking.
Het Hof oordeelde dat het vooruitbetalen van het volledige jaarloon vóór het begin van het jaar ongebruikelijk is en niet valt onder de regeling van artikel 27, tiende lid, van de Wet op de loonbelasting. De wet is gericht op uitstel van loon, niet op vervroegde betaling. Het beroep van de inspecteur op fraus legis faalde omdat de vervroegde betaling niet in strijd is met doel en strekking van de belastingwetgeving.
Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur en stelde het belastbaar inkomen vast op nihil, waarbij het bedrag van f 371.159 reeds in 1994 genoten loon buiten beschouwing werd gelaten. Tevens werden de proceskosten aan de inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en het belastbaar inkomen over 1995 wordt vastgesteld op nihil.