ECLI:NL:GHAMS:1998:AA8026
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Holdert
- Onnes
- Kwantes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navordering en voordeel uit aandelenspaarplan in inkomstenbelasting
Belanghebbende, werknemer bij A B.V., nam deel aan een aandelenspaarplan van de Amerikaanse moedermaatschappij B Corporation. Hij gaf dit voordeel niet aan in zijn belastingaangifte over 1990. De inspecteur legde in 1995 een navorderingsaanslag op, gebaseerd op een boekenonderzoek.
Het geschil betrof de vraag of sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde, de omvang van het voordeel uit het spaarplan, en de rechtmatigheid van het kwijtscheldingsbesluit en de heffingsrente. Het hof stelde vast dat de inspecteur pas in 1995 van het voordeel op de hoogte kwam, wat een nieuw feit is.
Het hof bepaalde dat het voordeel pas op de datum van omzetting in aandelen (Exercise Date) wordt genoten en dat de omvang van het voordeel moet worden berekend als het verschil tussen de waarde van de aandelen en de aankoopprijs op die datum. Het voordeel werd verminderd tot ƒ605,65. Het hof verwierp het beroep op het vertrouwen in de Belastingdienst en oordeelde dat de verhoging van 100% terecht was, maar dat de kwijtschelding tot 25% had moeten plaatsvinden.
Het beroep tegen de heffingsrente werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bezwaarprocedure. Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, verminderde de navorderingsaanslag, vernietigde het kwijtscheldingsbesluit, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Navorderingsaanslag verminderd, kwijtscheldingsbesluit vernietigd en beroep tegen heffingsrente niet-ontvankelijk verklaard.