ECLI:NL:GHAMS:1998:BN0389
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Boersma
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing verklaring pleziervaartuig voor omzetbelastingvrijstelling
Belanghebbende had een pleziervaartuig besteld en verzocht om een verklaring die bewijst dat de omzetbelasting voor het jacht is voldaan, zodat het bij terugkeer in Nederland met vrijstelling kan worden toegelaten. De inspecteur weigerde deze verklaring af te geven en wees op de mogelijkheid bezwaar te maken. Het hof stelde vast dat de weigering niet gebaseerd is op een bepaling in de Wet op de omzetbelasting 1968 en derhalve geen voor bezwaar vatbare beschikking vormt volgens artikel 23, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
Tijdens de zitting werd duidelijk dat belanghebbende de verklaring nodig acht voor latere verkoop en binnenvaren van havens, en zich baseert op de Douaneregeling. De inspecteur gaf aan dat de verklaring alleen wordt afgegeven als omzetbelasting daadwerkelijk is betaald en niet is teruggevraagd, en dat belanghebbende het jacht niet lang genoeg in een derde land heeft gehad om in aanmerking te komen voor de regeling.
Het hof concludeerde dat het niet bevoegd is om te beslissen over de afgifte van de verklaring op grond van artikel 30c van de AWR. Het beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de inspecteur vernietigd en belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de inspecteur en verklaart belanghebbende niet-ontvankelijk in zijn bezwaar.