ECLI:NL:GHAMS:1999:AA5558
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Schaap
- Faase
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de waardering en afschrijving van goodwill bij ruisende inbreng in advocaten-BV
Belanghebbende, een besloten vennootschap, bracht een maatschapsdeel van een advocaat in met een goodwillwaarde van f 200.000. De inspecteur stelde aanvankelijk de goodwill voor stakingswinst op f 525.000 en later voor de BV op nihil, terwijl een hogere waardering van circa f 700.000 werd genoemd op basis van afspraken met andere maten.
De inspecteur accepteerde de hogere goodwill niet voor de inkomstenbelasting vanwege het verstrijken van de navorderingstermijn en stelde de aanslag vennootschapsbelasting op basis van f 200.000. Belanghebbende wilde echter de hogere goodwill activeren en afschrijven. Het geschil betrof de juiste waardering van de goodwill en de vraag of de BV zich mocht beroepen op de afspraken met andere maten.
Het hof oordeelde dat de goodwill van f 200.000 niet onjuist is volgens jurisprudentie en dat de BV zich niet op de behandeling van andere maten kan beroepen, omdat dit pas werd gedaan nadat duidelijk was dat de navorderingstermijn was verstreken. Ook werd geen rechtens te beschermen vertrouwen vastgesteld en was het gelijkheidsbeginsel niet van toepassing omdat de andere maten geruisloos inbrachten, wat een andere fiscale behandeling kent.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op een hogere goodwillwaarde wordt afgewezen en de aanslag vennootschapsbelasting vastgesteld op basis van f 200.000 bevestigd.