ECLI:NL:GHAMS:1999:AA6105
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kwantes
- Onnes
- Rijkels
- Rechtspraak.nl
Vervangingsreserve moet in winst worden opgenomen bij ontbreken bijzondere omstandigheden
Een agrarisch ondernemer had in 1989 een vervangingsreserve gevormd naar aanleiding van de verkoop van pachtersrechten. De ondernemer probeerde binnen de wettelijke termijn van vier kalenderjaren vervangende grond aan te kopen, maar de onderhandelingen mislukten kort na het verstrijken van die termijn.
De inspecteur nam de vervangingsreserve in de winst over 1993 op, terwijl de ondernemer dit betwistte en stelde dat bijzondere omstandigheden de vervanging hadden vertraagd. Het hof stelde vast dat de ondernemer op 31 december 1993 nog een vervangingsvoornemen had, maar dat de mislukking van de onderhandelingen in 1994 niet als bijzondere omstandigheid kan gelden omdat deze zich na de termijn voordeed.
De stelling van de ondernemer dat algemene onzekerheid door planologische ontwikkelingen een bijzondere omstandigheid vormde, werd onvoldoende onderbouwd en verworpen. Het hof concludeerde dat de vervangingsreserve daarom in de winst moet worden opgenomen. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van f 986.756 met toepassing van het bijzondere tarief over een deel daarvan. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vervangingsreserve moet in de winst worden opgenomen omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond die de vervanging binnen de termijn hebben vertraagd.